Start voor pilot ‘Van Berm tot Bladzijde’

De pilot ‘Van Berm tot Bladzijde’ is op donderdag 12 mei 2016 van start gegaan. Met het ondertekenen van een intentieverklaring bundelden achttien partijen in Oosterbeek hun krachten om grasachtige biomassa in te zetten als drager voor de productie van karton.

Het gaat om de volgende partijen: Parenco BV, NewFoss BV, Schut Papier, SolidPack Packaging, Van Werven Biomassa BV, Bruins & Kwast Biomass management, Hooijer Renkum BV, Waterschap Vallei en Veluwe, Waterschap Drents Overijsselse Delta, Het Groenbedrijf, Rijkswaterstaat Programma’s Projecten en onderhoud, Rijkswaterstaat Oost-Nederland, Gemeente Apeldoorn, Gemeente Voorst, Gemeente Lochem, Gemeente Brockhorst, Oost NV, Stichting Nationaal Groenfonds en Niaga Holding Limited.

Rijkswaterstaat heeft als trekker van het proces een Q&A opgesteld met alle vragen en antwoorden rond de pilot ‘Van Berm tot Bladzijde’.

Tijdens de bijeenkomst in Oosterbeek is het Groenbedrijf toegetreden tot de Biomassa Alliantie, het brede regionale samenwerkingsverband dat aan de wieg staat van de pilot.

IMG_1351.JPG

Advertenties
Geplaatst in Business cases, Kennisdeling, Kennisvermeerdering, Samenwerken | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Nieuw item op deze website: Vraag en aanbod

Biomassa inzettesupply-demand-graphn als grondstof? Dat lukt alleen als partijen elkaar weten te vinden. Daarom is op deze website een nieuw menu-item toevoegd: Vraag en aanbod. Zie ook de menubalk hierboven. Op deze pagina is een bestand te raadplegen waarin betrokkenen aangeven wat ze kunnen brengen en wat ze nodig hebben. Het bestand zal met enige regelmaat worden vervangen.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Hogeschool Van Hall Larenstein en Waterschap Rijn en IJssel treden toe tot Biomassa Alliantie

IVH-0313-20151007OASE, het netwerkevenement van Waterschap Rijn en IJssel, vond plaats op woensdag 7 oktober. Als feestelijke afsluiting was er de toetreding van twee nieuwe partijen tot de Biomassa Alliantie. In deze alliantie hebben terreineigenaren en kennisinstellingen zich verenigd om samen toe te werken naar een Biobased Economy. De nieuwe leden van de Alliantie zijn Hogeschool Van Hall Larenstein en Waterschap Rijn en IJssel. Namens de huidige leden van de Biomassa Alliantie werden zij welkom geheten door drs. J.C. van Hees, directeur Netwerkontwikkeling RWS Oost-Nederland.

OASE vormt een jaarlijkse ontmoetingsplaats voor overheden, bestuurders, ondernemers en andere maatschappelijke organisaties in de Achterhoek en de Liemers. Centraal thema tijdens OASE was dit jaar “de verborgen kracht van water”. Het team van Self Supporting River Systems (SSRS) van Rijkswaterstaat was verantwoordelijk voor de invulling van het deelthema biomassa. Met de partners van de Biomassa Alliantie streven zij naar hoogwaardige biobased toepassingen van de biomassa die vrijkomt bij het beheer.

In de praktijk blijkt dat het vaak wel al technisch mogelijk is om biomassa te verwerken tot biobased producten, maar dat er schakels ontbreken om de complete ketens sluitend te krijgen. In twee workshops hebben we gesproken over wat en wie nog nodig zijn om de ketens voor biomassa te sluiten. Het is van belang dat daarbij iedereen in beweging komt, van biomassaproducent tot eindgebruiker en alles daartussen in.

Hoe sluiten we de biomassa-ketens voor bodemverbetering en biobased bouwmaterialen? Aan de hand van onderstaande infogram is tijdens OASE gezocht naar ontbrekende schakels in de keten. Ken jij nog mensen, bedrijven, instellingen of overheden die iets te bieden hebben, schroom niet en laat het ons weten! Neem contact op met Astrid Bout, Joyce Zuijdam of Marja Hamilton. Zie ook de contactknop bovenaan in de menubalk.

Biomassa Ketens

Geplaatst in Biobased economy, Biomassa-ketens, Kennisvermeerdering, Samenwerken | Tags: , | Een reactie plaatsen

Biomassa: wie helpt mee om de keten te sluiten?

IMG_8245Om de verschillende schakels binnen de (rest)biomassaketen  – zoals aanbieders, verwerkers en gebruikers – dichter bij elkaar te brengen, was er op 8 september 2015 een praktijkcursus in opdracht van de Biomassa Alliantie. De deelnemers zochten in het waterschapshuis te Apeldoorn naar manieren om missende schakels in de keten voor restbiomassa te identificeren en in te vullen.

Doel van de praktijkcursus was ook om een impuls te geven aan de markt voor de biomassa die vrijkomt bij ons groenbeheer. Ondanks dat het niet eenvoudig is om met de juiste partijen – én met dezelfde mindset – aan tafel te komen, was er veel enthousiasme bij de deelnemende partners. Vooral de toepassingsrichtingen ‘biomassa als bodemstructuurverbeteraar’ en ‘rest-biomassa als bouwmateriaal’ lijken vruchtbaar.

Biomassa als bodemstructuurverbeteraar
Steeds meer agrariërs kampen met problemen van de bodemvruchtbaarheid. Doordat de afbraak/afvoer van organische stof groter is dan de aanvoer, vermindert de structuur van de bodem, het bodemleven, de beschikbaarheid van nutriënten en het vochtgehalte. Hierdoor neemt de bodemvruchtbaarheid en het voortbrengend vermogen af. Traditionele bemestingsmethodes voegen wel nutriënten toe maar dragen niet bij aan het organisch stofgehalte van de bodem.

IMG_8254De biomassa die vrijkomt bij het beheer en onderhoud van het landschap (zoals natuurgras) zou voor de landbouw een waardevolle grondstof kunnen zijn als het ons lukt deze in te zetten als bodemstructuurverbeteraar van de landbouwpercelen. Hierbij spelen nog vragen omtrent de regelgeving, zoals: welke biomassa mag je gebruiken op je bedrijf en welke invloed heeft dat op de mestboekhouding. Er lijkt ook een kans te zijn om deelproducten uit andere biomassaketens in te zetten voor bodemverbetering en er zijn nieuwe ontwikkelingen op dit gebied.

Biomassa als bouwmateriaal
Biomassa – met name hout – wordt uiteraard al veelvuldig gebruikt als bouwmateriaal. De biomassa die vrijkomt uit het groenbeheer heeft echter ook de potentie om verwerkt te worden tot groen bouwmateriaal. Tijdens de cursus blijkt dat voor de verdere ontwikkeling van deze producten behoefte is aan regionale biomassa enerzijds en regionale afnemers anderzijds. De verdere doorontwikkeling en operationalisering van technieken kan versneld worden door het beschikbaar stellen van locaties waar een productietest kan plaatsvinden.

Kom ons helpen!
De conclusie was dat er nog steeds partijen ontbreken die nodig zijn om de keten te sluiten. Om hier aan te werken was er een samenzijn op 7 oktober tijdens OASE, waarbij we onder de deelnemers op zoek gingen naar ontbrekende schakels en/of kennis. Vervolgens is er eind november een laatste bijeenkomst in 2015 waarbij we opnieuw focussen op de specifieke ketens. Kun jij ons hierbij helpen?

Tekst: Astrid Bout.

Geplaatst in Biobased economy, Samenwerken, Terreinbeheer | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Voortgang, barrières en nieuwe initiatieven

IMG_0784IMG_0786IMG_0789IMG_0793IMG_0790 IMG_0795 De leden van de Biomassa Alliantie waren op 23 september te gast bij Waterschap Vallei en Veluwe in Apeldoorn om het te hebben over voortgang, barrières en om nieuwe initiatieven te delen. Naast de vaste alliantiepartners waren ook andere belangstellenden aanwezig. De alliantie krijgt een steeds grotere bekendheid.

De middag begon met een terugmelding van de projecten die de vorige bijeenkomst zijn gedefinieerd. Harm Beekhuis (Waterschap Vallei en Veluwe) nam de groep mee in zijn zoektocht naar de mogelijke afzet voor biomassa als veevoer. Bert Annevelink (Wageningen University & Research centre) vertelde over de stand van zaken bij het project Haarlose Veld, waar biomassa gebruikt gaat worden als bodemverbeteraar. Tijdens beide presentaties werd duidelijk dat er voor de toepassing nog veel juridische en praktische vragen zijn: “Wie is productverantwoordelijk?”, ”Hoe zit het met de mesthuishouding?” en: “Hoe gaan we om met giftige planten en bestrijdings-middelen”.

Rick Staudt, recent afgestudeerd aan VHL, presenteerde de resultaten van het afstudeeronderzoek naar logistiek en opslag van biomassa langs de IJssel en het Twentekanaal. Yuri Wolf (Rijkswaterstaat) gaf een korte toelichting over de kansen voor de Biomassa Alliantie binnen het prestatiecontract voor het hierboven genoemde riviertraject.

Tom Bade (Triple E) inspireerde met zijn ervaringen als ondernemer op het raakvlak van natuur en economie. Hiervoor werkt hij in opdracht van Rijkswaterstaat aan een business case voor hoogwaardige afzetting van “laagwaardige” biomassa. Rutger van der Brugge (Deltares) presenteerde mogelijke toepassingen van bioplastics en hij liet de groep ook een verrassend eigen idee zien.

In kleine groepjes werden – in World Café stijl – de project(ideeën) besproken, verrijkt met kennis, ervaring, onderzoek en netwerk. Op de achtergrond werden prachtige beelden van Natuurderij Keizersrande getoond.

De middag zat vol energie en de discussies maakten duidelijk dat er nog veel van elkaar te leren valt en dat er zowel concrete vraag naar als concreet aanbod van kennis boven tafel is gekomen. Voor het actief en online delen van deze kennis gaan de partners van de Biomassa Alliantie nu gebruik maken van een intern online hulpmiddel (Basecamp), zodat nieuwe vragen en antwoorden snel hun weg kunnen vinden.

Tekst: Astrid Bout.

 

 

Geplaatst in Kennisdeling, Kennisvermeerdering, Samenwerken | Een reactie plaatsen

Matchmaking: vraag en aanbod bij elkaar brengen

IMG_0691IMG_0689‘In 2014 brengen we alle goede ideeën in de praktijk’. Dat was de insteek van de bijeen-komst van de Biomassa Alliantie op 17 maart 2014. In navolging van de ondertekening in november kwamen terreinbeheerders, overheden en kennisinstellingen samen op Natuurderij Keizersrande te Diepenveen om met elkaar te ‘daten’.

Actief werkten de aanwezigen aan een match tussen vraag en aanbod op het gebied van biomassa. Hierbij is gebruik gemaakt van wat er al bestaat aan kennis, lopende projecten, initiatieven, biomassa en ruimte.

Tijdens een interactieve sessie kregen deelnemers de kans om hun vraag en/of aanbod verder toe te lichten en hun idee te ‘verkopen’. Om zo partners te vinden voorIMG_2090 de weg naar concretisering. Dit ging gepaard met veel enthousiasme en het wakkerde een goede discussie aan.

Het resultaat was de match van vier projectteams met een diverse samenstelling. De onderwerpen varieerden van ‘Logistiek’, ‘Transities binnen organisaties’, ‘Bodemverbetering door middel van biomassa’ tot ‘HoogwaardigIMG_2102 maaisel als veevoer’.

Het is nu aan de projectteams om het resultaat van deze sessie uit te bouwen naar tastbare producten. Zodat we dit seizoen al succesvol kunnen oogsten!

Tekst: Astrid Bout.

Geplaatst in Biobased economy, Business cases, Kennisvermeerdering, Samenwerken | Een reactie plaatsen

Video: de Biomassa Alliantie in vier minuten

Still met Joke CuperusVan het startmoment van de Biomassa Alliantie op 6 november op Natuurderij Keizersrande in Diepenveen is een video gemaakt.

In deze vier minuten durende video vertellen bestuurders en deskundig betrokken medewerkers over nut en Still met Kees Slingerlandnoodzaak van de Biomassa Alliantie.

We zien onder meer korte beelden van de workshops en zijn verder getuige van het tekenmoment waarna een toast wordt uitgebracht. De video is een productie van Rijkswaterstaat.

Still met Annemieke TraagAanleiding voor het maken van het filmpje was een presentatie op de Innovatie Estafette op 12 november 2013 in de RAI in Amsterdam. Daar vertelden medewerkers van diverse alliantiepartijen over de Biomassa Alliantie als goed voorbeeld van innovatief en duurzaam terreinbeheer.

Geplaatst in Kennisdeling, Kennisvermeerdering, Samenwerken | Tags: , | Een reactie plaatsen

Dankzij tien handtekeningen is de Biomassa Alliantie een feit!

Bestuurders van tien partijen – terreinbeheerders, overheden en kennisinstituten – hebben op feestelijke wijze hun handtekeningen gezet op een groot rond bord op 6 november in Diepenveen. Daarmee is de Biomassa Alliantie een feit.

FOTO BIOMASSA 440

De ondertekenaars: regiodirecteur, de heer Ir. P. Winterman, Staatsbosbeheer; dijkgraaf, mevrouw drs. T. Klip-Martin, Waterschap Vallei en Veluwe; gedeputeerde mevrouw dr. J.M.E. Traag, Provincie Gelderland; hoofdingenieur Directeur mevrouw mr. J.L. Cuperus, Rijkswaterstaat Oost-Nederland; mevrouw A.L. Harberink, Natuurderij Keizersrande; de heer Ir. E.J.W. Dijkman, Directeur Gebiedsontwikkeling, Dienst Landelijk Gebied; directeuren prof. dr. R.J. Bino en Ir. C.T. Slingerland, Wageningen University & Research centre; prof. dr. C.C.A.M. Gielen, Decaan, Radboud Universiteit Nijmegen; directeur, de heer drs. B.G.M. Huisman, Unie van Bosgroepen; directeur de heer Ir. H. Vissers, Deltares.

Bij terreinbeheer komt biomassa vrij zoals gras, bladeren en hout. De partners van de Biomassa Alliantie zien dat als waardevolle grondstoffen. De partners zien in dat de ontwikkeling van de biobased economy van belang is voor de toekomst van de Nederlandse economie. Daarom investeren zij in kennisontwikkeling en het verkennen van kansen voor concrete projecten die tot een duurzame omslag leiden. De Biomassa Alliantie is een feit na de ondertekening van een Letter of Intent op woensdag 6 november op Natuurderij Keizersrande te Diepenveen. Juist de gouden driehoek van praktijk (terreinbeheer), wetenschap (kennisinstituten) en beleid (overheden) biedt een stevig fundament voor een solide en duurzame verandering.

Geplaatst in Biobased economy, Kennisdeling, Samenwerken | Tags: , | 1 reactie

Impressie van het middagprogramma

Tijdens het middagprogramma bogen de deelnemers zich in twee groepen over de Webtoets Afval of Grondstof (www.ishetafval.nl). Deze moet worden doorlopen om voor de pilots die onder het programma CT vallen ‘einde afvalstatus’ aan te vragen. Samen bespraken de deelnemers de gevraagde informatie en noteerden eventuele onduidelijkheden.

Aan het eind van de middag toonden de aanwezigen zich tevreden. Vooral de uitbreiding van het netwerk en het uitwisselen van informatie en ervaringen werden gewaardeerd. ‘’Het is zo zonde als het wiel meerdere malen wordt uitgevonden. Door van elkaar te leren kunnen we circulair terreinbeheer een stap verder brengen’’, vatte één deelnemer het bondig samen.

     

Juridische aspecten

Het toepassen van maaisel is gebonden aan allerlei regels; dat geldt dus ook voor de pilots die in het kader van het Programma Circulair Terreinbeheer (CT) gaan plaatsvinden. Het kernteam werkt aan een beknopte samenvatting van de juridische aspecten. Wat mag er nou wel en wat niet? Deze samenvatting zal z.s.m. worden gedeeld met alle deelnemers van de bijeenkomst. Enkele belangrijke onderdelen hiervan:

  • De Vrijstellingsregeling zal worden aangepast. Op dit moment staat de maximale transportafstand van maaisel op 1 km, maar dit zal (waarschijnlijk nog in 2017) worden uitgebreid tot 5 km. Vraag is of dit voldoende is voor het uitvoeren van de pilots.
  • Er lijken openingen te zijn in de discussie of het op het erf benutten van maaisel voor compost en bokashi onder de vrijstellingsregeling valt (zoals dit het geval is voor het aanbrengen van maaisel, ofwel toepassen in kleine kringloop). Hetzelfde geldt voor het bijmengen van mest; hoewel dit in principe niet is toegestaan, wordt er voorzichtig over uitzonderingen gesproken indien dit in een gesloten kringloop op het bedrijf gebeurt.

Voor het uitvoeren van pilots is experimenteerruimte nodig binnen de huidige wet- en regelgeving. Alleen dan kan er kennis worden opgedaan over de toepassingsmogelijkheden en kan er een goed kwaliteitsborgingssysteem worden opgezet. Het aanvragen van ‘einde afvalstatus’ voor elke pilot is een manier om deze experimenteerruimte te verkrijgen; hiermee is een begin gemaakt in het middagprogramma van de bijeenkomst.

Grondstoffenakkoord

Maar alvorens de deelnemers achter de laptops plaatsnamen, gaf Jan IJzerman (lid Overlegorgaan Infrastructuur en Milieu) een korte toelichting op het Grondstoffenakkoord en de Transitie-agenda’s die nu geschreven worden. Dit heeft veel relaties met Circulair Terreinbeheer (CT). Onderwerpen in het akkoord zijn hoe barrières in regelgeving kunnen worden geslecht en hoe kan worden omgegaan met vergunningverlening en handhaving. Er zijn ‘vier smaken’ voor grondstoffen: het is afval, het is einde afval, het is een bijproduct of het is ‘niet afval’.

Vanuit het Grondstoffenakkoord, dat door meer dan 300 partijen is ondertekend, is een voorstel aangeboden aan de Tweede Kamer en de onderhandelende partijen. Als het wordt aangenomen, zullen de erin beschreven maatregelen worden geïmplementeerd en komen er meer vrijstellingen voor grondstoffen dan nu het geval is. Mogelijk worden stappen uit het Plan van Aanpak GT dan ingehaald door de actualiteit.

 

Online aanvragen van ‘einde afval’ status

In de middag bogen de deelnemers zich over de Webtoets Afval of Grondstof (www.ishetafval.nl). Met deze toets kunnen terreinbeheerders of bedrijven via een zelf uit te voeren beoordeling een indicatie krijgen of een stof, preparaat of voorwerp afval is of bijvoorbeeld een bijproduct. Het is de bedoeling dat organisaties voor de pilots waarbij zij betrokken zijn vervolgens een rechtsoordeel aanvragen over het verkrijgen van ‘einde afvalstatus’ voor maaisel. Dit biedt de (juridische) ruimte die nodig is om te experimenteren en kennis op te doen.

In twee groepen doorliepen de deelnemers een proeftoets, voor het toepassen van maaisel voor respectievelijk bodemverbetering en biobased producten. Hieruit bleek dat het niet altijd duidelijk was hoe vragen uit de toets moesten worden geïnterpreteerd en welke informatie precies nodig was. Ook is het niet duidelijk of alle partijen die bij een pilot betrokken zijn de webtoets moeten invullen, of dat slechts één partij voldoende is. Het kernteam CT heeft de vragen verzameld en naar de Helpdesk Afvalbeheer gestuurd, die inmiddels antwoord hebben gegeven.

Het is de bedoeling dat het online aanvragen van ‘einde afvalstatus’ symbolisch van start gaat op de feestelijke bijeenkomst van 12 oktober (de formele start van het Programma CT). Deelnemers wordt gevraagd om hun aanvragen zoveel mogelijk met elkaar te delen, zodat niet iedereen opnieuw het wiel hoeft uit te vinden. Indien er meer vragen zijn bij het invullen, kunt u contact opnemen met info@circulairterreinbeheer.nl.

 

Tenslotte

Aan het einde van de dag toonden de deelnemers zich tevreden. Enkele opmerkingen: ‘’Het is verrassend hoeveel mensen met hetzelfde thema bezig zijn, dat geeft steun. Ik ga na vandaag zeker wat mensen opzoeken!’’ ‘’Het was nuttig; ik ben veel wijzer geworden over wat er allemaal komt kijken bij het behandelen van maaisel als grondstof. Maar ik zit nog vol vragen.’’ ‘’We moeten vooral pilots uitvoeren en niet in de fuik lopen van juridische belemmeringen. Maaisel is een gewoon een goed en natuurlijk materiaal!’’

Ten besluit bedankte projectleider Joyce van Zuijdam, lid van het kernteam, alle aanwezigen. Nieuwe partijen worden van harte uitgenodigd om ook lid te worden van de Biomassa Alliantie. Belangstellenden kunnen daarvoor een mail met sturen naar info@circulairterreinbeheer.nl.

Geplaatst in Biomassa-ketens, Business cases, Kennisvermeerdering | Een reactie plaatsen

Impressie van de bijeenkomst Circulair Terreinbeheer (ochtend)

Kennismaken en pilots toelichten: daarmee startte het ochtendprogramma van de bijeenkomst Circulair Terreinbeheer (CT) te Arnhem. Vervolgens bespraken de aanwezigen het Plan van Aanpak van het Programma CT, waarin te lezen is hoe de partners van de Biomassa Alliantie de komende jaren te werk willen gaan om Circulair Terreinbeheer een stap verder te brengen. Het uitvoeren van pilots en het opzetten van een goed werkend kwaliteitsborgingssysteem vormen daarbij belangrijke acties. Uit de gesprekken en discussies bleek dat de deelnemers enthousiast zijn over de toepassingsmogelijkheden van maaisel als waardevolle grondstof. Er zijn echter ook nog veel vragen.

Het ochtendprogramma startte met een kennismakingsronde, waarin de aanwezigen hun betrokkenheid bij Circulair Terreinbeheer (CT) aangaven en eventuele pilots toelichtten. De meeste pilots richten zich op het toepassen van organisch materiaal als bodemverbeteraar (zowel kleine kringloop, compost en bokashi) en het produceren van biobased producten (o.a. verpakkingsindustrie, papier, biocompositietbankjes, beschoeiingen, duurzaam beton, isolatiemateriaal). Daarnaast kwamen projecten aan bod met regenwormencompostering, het verwerken van slib tot humus, het gebruiken van bermgras voor biovergisting, het herbestemmen van bagger, het hergebruik van bladafval en het verbeteren van de bodem in combinatie met de aanpak van invasieve exoten (Japanse Duizendknoop, Berenklauw).

Het starten van zo’n pilot is een kwestie van ‘’gewoon beginnen en vanzelf ervaren welke beren je op je weg tegenkomt’’, vertelt één van de deelnemers. Volgens een ander is het ‘’noodzakelijk om te kunnen omdenken. Niet vanuit de letter van de wet denken, maar vanuit de geest van de wet. Dat opent mogelijkheden’’.
 

Enthousiasme maar ook veel vragen

Uit de kennismakingsronde bleek dat de deelnemers enthousiast zijn over de toepassingsmogelijkheden van maaisel als waardevolle grondstof. Zij zien onder andere kansen om de bodemvruchtbaarheid en de sponswerking van de bodem te vergroten, de CO2 uitstoot terug te brengen (door minder vervoer van maaisel) en duurzame producten te maken. Bovendien draagt circulair terreinbeheer bij aan een het bereiken van een duurzame, circulaire economie, iets wat bij veel organisaties hoog op de agenda staat.

Toch zitten de meeste deelnemers nog vol vragen. Enkele voorbeelden: ‘’Hoe om te gaan met regelgeving en wat mag er nou precies wel en wat niet?’’ ‘’Wie helpt ons met het verwijderen van punaises?’’ ‘’Wat is de kans op de insleep van ziekten en onkruidzaden bij het toepassen van maaisel voor bodemverbetering?’’ ‘’Hoe kunnen we de kwaliteit van het maaisel toetsen; welke parameters zijn er geschikt voor monitoring?’’ ‘’Hoe gaan we er mee om dat de prijs van biobased producten zoals bankjes (nog) niet concurrerend is’’ ‘’Wat is de minimale grootte van een perceel om op lokale schaal compost en bokashi te maken?’’ ‘’Welke mogelijkheden zijn er voor het certificeren van maaisel en neem je daar ook het proces in mee, zoals de manier van oogsten?’’

Veel partijen blijken met dezelfde vragen te zitten en hebben dan ook behoefte aan het gezamenlijk delen en ontwikkelen van kennis.

 

Ook natuurorganisaties staan in principe positief tegenover CT. ‘’Maaien en afvoeren zorgt voor verschraling van gebieden en dat is goed voor de biodiversiteit.’’ Tegelijkertijd zijn ze kritisch. ‘’We moeten er wel voor zorgen dat de (natuur)functies van de te maaien gebieden in tact blijven. Voorkom dat er overal ‘’supergras’ gaat worden gekweekt, vanuit het idee dat dat meer waarde heeft als grondstof dan kruidenrijke natuurgraslanden. En houdt ook bij de methode van maaien rekening met de natuur!’’

     

Bespreken van het plan van aanpak

In de ochtend bespraken de deelnemers aspecten uit het concept Plan van Aanpak. Daarbij kwamen onderwerpen aan bod zoals: afspraken en taken van het kernteam, kennis en onderzoek, kwaliteitsborging, het bereiken van einde afvalstatus, planning en resultaten. Inmiddels zijn belangrijke resultaten van deze ochtendsessie verwerkt in een nieuwe versie van het Plan van Aanpak. Enkele opmerkingen uit het ochtenfprogramma:

’’Er gebeurt al veel, maar we weten het niet van elkaar. We moeten meer aandacht besteden aan het delen van kennis en ervaringen, via bijeenkomsten zoals vandaag, maar ook via een digitaal platform. Het is toch zonde dat elk initiatief bij A begint en niet voortborduurt op een ander initiatief dat bijvoorbeeld al bij K is. Er is bovendien al veel bestaand onderzoek, bv van het Louis Bolk Instituut, waarvan lang niet iedereen weet heeft. Ook dat soort kennis moeten we delen.’’

Er is veel discussie over te meten parameters. Sommige deelnemers vinden dat alleen de kwaliteit van het maaisel zou moeten worden bepaald. ‘’Laat zien dat het in principe schoon en gewoon uitstekend materiaal is. Ondernemers zijn vervolgens aan zet om de grondstof verder te brengen.’’ Anderen vinden dat je ook informatie moet verzamelen om de waarde hard te maken. Denk bijvoorbeeld aan extra oogstopbrengst, toename van het poriënvolume in de bodem, een afname van de noodzaak tot beregenen. Waarbij direct wordt opgemerkt dat de waarde uit meer bestaat dan harde getallen; het benutten van maaisel als grondstof draagt bijvoorbeeld ook bij aan ‘grotere’ belangen zoals circulaire economie, duurzaamheid, biodiversiteit, etc.

De deelnemers zijn het er wel over eens dat de kosten van de metingen niet de pan uit mogen rijzen en dat er in de verschillende pilots zoveel mogelijk dezelfde parameters worden gemeten.

     

Geplaatst in Business cases, Kennisdeling, Kennisvermeerdering, Samenwerken, Terreinbeheer | Een reactie plaatsen

Van het kernteam

De Biomassa Alliantie organiseerde op 31 augustus te Arnhem een druk bezochte bijeenkomst ‘Naar een start van Circulair Terreinbeheer’ . Ruim 50 deelnemers van onder meer overheden, bedrijven, natuurorganisaties en kennisinstellingen ontmoetten elkaar en wisselden informatie en ervaringen uit over het omgaan met maaisel als waardevolle grondstof.

Inmiddels hebben we de opmerkingen die tijdens de bijeenkomst zijn gemaakt verwerkt in een nieuwe versie van het Plan van Aanpak van het programma CT. Bovendien heeft het kernteam vragen die in de middag  naar voren kwamen, bij het online aanvragen van ‘einde afvalstatus’, doorgegeven aan de Helpdesk Afvalbeheer, en de antwoorden hierop verspreid naar de deelnemers.

Geplaatst in Business cases, Kennisdeling | Een reactie plaatsen

Structuur en visie GDCT

23-5-2017 – In een recent verschenen notitie beschrijft het kernteam de visie en het doel van de Green Deal Circulair Terreinbeheer. Bovenaan staat het verkrijgen van de ‘einde afvalstatus’ voor maaisel.

einde afvalstatus

Om van de afvalstatus af te komen, moet in de praktijk worden aangetoond dat het maaisel dat vrijkomt bij terreinbeheer (niet zijnde landbouw) en dat naar waarde wordt geoogst hoogwaardig kan worden toegepast. Daarvoor is een goed werkend kwaliteitsborgingssysteem noodzakelijk. In dat kader willen de aangesloten partijen pilots uitvoeren voor vijf verschillende methoden en producten (zie onderstaande figuur). Met de pilots wordt kennis en ervaring opgedaan met verschillende methoden van bodemverbetering, het maken van biobased producten en het opzetten van een goed werkend kwaliteitsborgingssysteem.

Voor meer informatie: download de notitie

biomassa ketens

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Interview met Joyce Zuijdam: van pilot naar ‘echie’

1-6-2017 – ‘’Er samen met andere partijen voor zorgen dat bermmaaisel afkomt van de ‘afvalstatus’. Dat doel staat voor Joyce Zuijdam, kernteamlid van de GDCT, centraal. ‘’De Green Deal is een katalysator hiervoor. Met pilots kunnen we kennis, ervaringen en argumenten verzamelen om maaisel te gaan beschouwen als waardevolle grondstof.’’

Joyce Zuijdam is projectleider Self Supporting Rivier Systeem (SSRS) bij Rijkswaterstaat. Haar ambitie is ‘’om er op alle niveaus voor te zorgen dat ideeën in de praktijk kunnen worden toegepast’’. Vanuit die gedachte zit zij ook in het kernteam van de Green Deal Circulair Terreinbeheer. Ze vertelt: ‘Het wemelt van de pilots, maar zodra ideeën in het echt moeten worden uitgevoerd, stagneert het proces vaak. Daarom is het belangrijk om de hele keten te beschouwen, in dit geval van de oogst van bermmaaisel tot het maken van een hoogwaardig product. Er moet een ‘motor’ zijn die het geheel doet draaien en die rol nemen we als Rijkswaterstaat graag op ons. Natuurlijk samen met alle andere partijen die daarbij betrokken zijn. Het kernteam GDCT spant als het ware een net over alle initiatieven en pilots heen, zodat we alle ervaringen, kansen en belemmeringen ‘vangen’. Als kernteam sluizen we gericht informatie naar de betrokken ministeries. En als er een gesprek moet komen of handtekeningen moeten worden gezet, kunnen we dat vanuit ons netwerk regelen.’’

De stip aan de horizon van Joyce is dat de huidige ‘afvalstoffeneconomie’ overgaat in een ‘circulaire economie’. Joyce: ‘’Die transitie moet goed worden georganiseerd. Daarmee zijn we als kernteam bezig. We ontwikkelen een plan van aanpak, dat zich uiteindelijk moet gaan vertalen in afspraken. Hoe kunnen pilots elkaar versterken en hoe boksen we het samen voor elkaar om de kansen van maaisel als hoogwaardige grondstof optimaal te benutten?’’

Om dit alles te bereiken komt het kernteam regelmatig samen. Begin september wordt er een bijeenkomst georganiseerd waar alle partijen die betrokken zijn bij de GDCT bijeenkomen. Hierover volgt later meer informatie.

Geplaatst in Biobased economy, Business cases, Kennisvermeerdering, Samenwerken | Een reactie plaatsen

Serie gesprekken met ministeries

19-5-2017 – Welke mogelijkheden zijn er binnen de huidige wet- en regelgeving voor het uitvoeren van de pilots van de GDCT? Is er extra experimenteerruimte nodig en, zo ja, hoe kunnen we dat regelen? Dat is de insteek van gesprekken die vertegenwoordigers van het kernteam voeren met de ministeries van Economische Zaken en Infrastructuur en Milieu.

Inmiddels hebben vier gesprekken plaatsgevonden. Volgens Astrid Meier, één van de gesprekspartners namens het kernteam, verhelderen de gesprekken veel. ‘We kwamen erachter dat er veel onduidelijkheden waren en dat de dingen juridisch gezien weer net iets anders liggen dan gedacht. Logisch, want het is behoorlijk complex.’ Ter verduidelijking is Astrid samen met een jurist van Rijkswaterstaat alle feiten voor circulair terreinbeheer zo helder mogelijk op een rijtje aan het zetten (wordt binnenkort rondgestuurd). Belangrijk om te vermelden is dat het Rijk voornemens is om de Vrijstellingsregeling aan te passen. De afstand waarover maaisel mag worden vervoerd, wordt dan van één naar 5 kilometer uitgebreid. Astrid: ‘Al hadden we nog liever gezien dat dit 10 kilometer was, we zijn er toch erg blij mee. Dit resultaat is mede door de inspanningen van het kernteam bereikt!’

Geplaatst in Kennisdeling, Kennisvermeerdering, Samenwerken | Een reactie plaatsen

Interview met Annewil Hooijer: onbekend maakt onbemind

23-05-2017 – ‘’Het verwerken van bermgras tot grondstof verdient een beter imago’’, vindt Annewil Hooijer van groenverwerker Hooijer Renkum B.V. ‘’Er circuleren spookverhalen over rokende en stinkende bergen groenafval op ons terrein, waaruit allerlei schadelijke stoffen in de bodem lekken. Maar dat is niet aan de orde. We maken juist mooie producten uit organische reststromen!’’

Annewil is betrokken bij twee typen producten waarvoor vezels uit bermgras worden gebruikt: kartonpapier bij papierproducent Parenco (onder de noemer ‘van Berm tot Bladzijde’) en composietproducten voor de openbare ruimte, zoals afrasteringspalen, boombakken, terrasplanken etc. Het maken van deze laatste typen producten, waarbij de grasvezels worden gemengd met kunststof, is inmiddels ondergebracht in een dochteronderneming: Green Fiber International.

Over de toepassing van grasvezel in karton vertelt Annewil: ‘’Parenco heeft op termijn jaarlijks maar liefst 120.000 ton bermgras nodig. Dit is vooral afkomstig van de terreinbeherende organisaties die betrokken zijn bij het project ‘Van Berm tot Bladzijde’, zoals waterschappen uit de buurt, Gelderse gemeenten, de provincie en Rijkswaterstaat Oost-Nederland. Voor het maken van onze composietproducten is veel minder gras nodig. Daarvoor hebben we ook uit andere delen van Nederland gras ingenomen dat in de berm al was ingedroogd tot hooi. Vooralsnog hebben we genoeg voorraad.’’

van bermgras tot grondstof

Ten behoeve van het project ‘Van Berm tot Bladzij wordt het bermgras binnen 48 uur na maaien ingekuild en luchtdicht afgedekt op een terrein bij de voormalige steenfabriek aan de Nederrijn in Doorwerth, door Hooijer omgedoopt tot Groenewaarden, een ontwikkelingshub voor de upcycling van biomassa. Vervolgens ondergaat het ingekuilde maaisel een biochemisch proces, waardoor het na drie maanden geschikt is om er vezels voor papier van te maken.

Hoewel er kansen genoeg zijn, loopt Annewil bij haar werkzaamheden tegen verschillende belemmeringen aan. Ze legt uit: ‘’We hadden, toen we aan deze projecten begonnen, nog geen vergunde inrichting en moesten daarom bij nul beginnen. We lopen tegen regels aan die zijn opgesteld voor andere, meer gebruikelijke toepassingen van gras, zoals compostering. Het bermgras moeten we behandelen als afval, al is het in onze ogen een schone en hoogwaardige grondstof. Door dat afvalimago krijgen mensen een negatieve associatie bij onze activiteiten.

Maar gelukkig is er ook interesse en krijgen we ook veel steun. Regelmatig komen er omwonenden, bestuurders, politici en andere geïnteresseerden bij ons kijken. De meesten zijn direct enthousiast, ze hadden geen idee van de mogelijkheden van maaisel. Maar op ambtelijk niveau, waar de vergunningen verleend worden, zijn er nog obstakels. Om maaisel van de afvalstatus te ontdoen, moeten procedures worden doorlopen en dat kost veel tijd. De Green Deal kan als een katalysator werken en het uitvoeren van pilots als de onze ondersteunen. Zo kunnen de mogelijkheden van bermgras als grondstof verder worden benut.

Inmiddels hebben wij een vergunning verkregen en voldoet ons bedrijf aan alle eisen die voortkomen uit de afvalstatus van bermmaaisel. We werken verder aan het opwaarderen van organische reststromen tot duurzame grondstoffen en producten.’’

Geplaatst in Biobased economy, Biomassa-ketens, Business cases | Een reactie plaatsen